Welke bierstijlen zijn er?

Er zijn te veel verschillende bierstijlen om ze allemaal te benoemen, dus hier vind je de bieren die je het vaakst bij ons op de tap zult tegenkomen!

Pils/Lager

Pils is natuurlijk veruit de bekendste en meest gedronken bierstijl. Het kenmerkt zich door z’n verfrissende, ‘crispy’ smaak. Die wordt deels veroorzaakt doordat het gebrouwen wordt met een ondergistende gistsoort. En het is een enorme doordrinker. In ruim honderd jaar hebben de grote pilsmerken, zoals Hertog Jan, Pilsner Urquell en natuurlijk ons Engel Pils ervoor gezorgd dat bijna alle andere bierstijlen het loodje legden. Gelukkig leven we in een tijd waarin nieuwe en oude bierstijlen weer als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar toch: op een terras in het zonnetje, na gedane arbeid, zijn er weinig bieren die zo goed kunnen smaken als een koud pils.

IPA en al zijn varianten

Tien jaar geleden had niemand in Nederland van de term IPA gehoord, en nu willen we bijna niets anders meer. Het kan snel gaan.

Er bestaan vele varianten op de IPA: bijvoorbeeld Dubbel- en tripel-IPA’s, die zwaarder zijn dan een gewone IPA. En dan zijn er nog vele varianten: de New England IPA (fruitig en zacht), de West Coast IPA (bitter en helder), Brut IPA (droog en kruidig), etc. Kenmerk van alle IPA’s is dat de hoofdsmaak wordt gecreëerd door de hop. Door te spelen met de hopsoort kan je hele zoete, fruitige IPA’s brouwen, of juist bittere, kruidige IPA’s. De ontwikkeling gaat erg snel: door nieuwe brouwtechnieken en nieuwe hopsoorten lijken er elke maand nieuwe soorten te ontstaan.

Een ‘klassieke’ IPA is zo rond de 5-6% en vrij bitter, zoals de Hop Art van vandeStreek of de Mooie Nel van Jopen. De trend die gaande is, is dat de IPA’s steeds minder bitter en steeds fruitiger worden. Maar dat kan over een maand dus alweer anders zijn.

Het verhaal van het bier met veel hop dat naar India verscheept werd, is niet volledig onjuist, maar wel geromantiseerd. Men dronk in de Oostelijke Koloniën veel meer porters. En de smaak van toen is totaal niet te vergelijken met hoe een IPA tegenwoordig smaakt.

Blond

Na pils is blond bier waarschijnlijk de bekendste bierstijl. Wie heeft er nou nog nooit een Leffe Blond op het terras gedronken? Het grappige is dat blond bier eigenlijk helemaal geen bierstijl is. De naam zegt eigenlijk alleen iets over de kleur, en het is een containerbegrip voor alle bieren die zo rond de 6-6,5% alcohol zijn. Toch zal elke barman begrijpen wat je bedoelt als je een blond bier bestelt. Omdat blond bier behoorlijk zoet is, wordt er tijdens het brouwproces vaak maïs gebruikt, omdat dat meer suikers oplevert en goedkoper is om te brouwen.

Veel mensen hebben het idee dat blonde bieren allemaal uit kleine abdijbrouwerijen komen. Dit is iets dat de marketeers van de grote bierreuzen je graag doen geloven. Trap er dus niet in: het is puur op winst gerichte massaproductie. Wat niet wil zeggen dat het niet lekker kan zijn. Toch vind je bij ons daarom geen Leffe of Affligem blond, maar juist de blondjes van de (kleinere) craftbrouwerijen.

Zwaar blond

Ook dit is een klassiek Belgische stijl bier. Het zit rond de 8%, en de vaandeldrager van deze bierstijl is Duvel, al zijn er meer grote merken zoals Delirium en Cornet. Het is zoet bier en feitelijk een ‘gewoon’ blond bier on steroids.


Tripel

Nog zo’n Belgische klassieker die niet meer weg te denken is uit het bierlandschap. Net als zwaar blond is dit bier blond van kleur (see what we did there?) en rond de 8%. Bij tripel worden er vaak kruiden toegevoegd, zoals korianderzaad, en soms wat fruitschillen. Kleinere brouwers experimenteren vaak met verschillende ingrediënten, zoals zeezout, oosterse kruiden (denk aan de Thai Thai van Oedipus). En de moeder alles tripels, de Westmalle Tripel, blijft voor veel mensen een favoriet.

Saison/Farmhouse ale

De naam saison verwijst naar seizoensbier: het was het bier dat tijdens het werk op het land werd gedronken in het zuiden van België en het noorden van Frankrijk. Bierbrouwen werd in het najaar en winter gedaan, als het werk op het land stil lag. In de lente en zomer had juist de boerderij prioriteit. De saison vertoont veel gelijkenissen met het Engelse farmhouse ale. What’s in a name. Het is droog, fris, rond de 6% en kan soms ‘funky’ smaken en geurtjes hebben zoals stro, paardendeken en dat soort termen.

De bekendste saison is de Saison Dupont: maar de grap is dat dat eigenlijk geen saison is, maar een grisette. Volgt u het nog?

Weizen

Weizen wordt vaak gezien als een witbier, met name omdat men denkt dat Weizen het Duitse woord voor wit is. En hoewel het raakvlakken heeft met Weiß, is weizen toch echt het Duitse woord voor tarwe. In deze typisch Duitse bierstijl zorgt de gemoute tarwe, in combinatie met de gist, voor het zachte mondgevoel en lichte reuk van banaan. Heerlijk op het terras in de zon!

Witbier

Witbier heet zo vanwege de kleur en is een typisch Belgische bierstijl. Net als bij weizen wordt in witbier ook vaak tarwe gebruikt. Deze is echter ongemout, wat de friszure smaak oplevert dat witbier zo verfrissend maakt. Om het witbier nog iets spannender te maken, wordt er vaak, net als bij tripels, sinaasappelschil en korianderzaad in meegebrouwen.

Berliner Weisse

Niet te verwarren met witbier of Weizen. De reden: Berliner Weisse is een zure biersoort. Niet zo zuur als sommige sours of geuzes, maar juist heel friszuur. In Duitsland zijn ze trouwens gewend om er fruitsiroop doorheen te doen, zodat het meer als limonade smaakt. En wij maar denken dat de Duitsers bierpuristen zijn…

Sour

Brouwers kunnen er ook zelf voor kiezen om gisten of bacteriën toe te voegen die zure smaken geven. Deze bieren worden sours genoemd. Sommige bieren hebben een heel zacht zuur toontje, andere zijn juist heel zuur.

Geuze

Geuze is een zure bierstijl die bij menig bierliefhebber het hart sneller doet kloppen. Bij de meesten omdat ze het heerlijk vinden, bij sommigen omdat ze het afschuwelijk vinden. De biersoort komt uit Pajottenland, een regio in België ten westen van Brussel. Daar zijn wilde gistsoorten actief in de lucht. Waar normaliter bij bier heel zorgvuldig wordt omgegaan om geen verkeerde gistsoorten in het bier te krijgen, is dat nu juist wat ze wel willen. Deze wilde gisten zorgen voor complexe zure smaken in het bier.

Een geuze wordt gestoken of versneden: het is nooit een brouwsel, maar een mengsel van verschillende brouwsels van verschillende jaargangen. Dit zorgt ervoor dat de bieren iets uniformer van smaak worden.

Gose

In dit rijtje is de Gose de minst bekende stijl. Vanwege z’n unieke karakter staat ie er toch bij.

Gose komt oorspronkelijk uit de omgeving van het Duitse riviertje de Goslar, in het zuiden van voormalig Oost Duitsland. De mineralen die hier in het water zitten, dat werd gebruikt om bier te brouwen, zorgen voor een ziltige smaak. Tegenwoordig voegen brouwers vaak zelf mineralen toe aan het water. Verder is de stijl, net als de Berliner Weisse (ook uit Oost Duitsland!) friszuur. Het resultaat is een gek maar verfrissend bier, dat zich goed leent voor het toevoegen van wat fruit.

Fruitbier

Feitelijk kan dit elke bierstijl zijn, zolang er maar een goeie bak fruit in zit. Klassiek gezien komt fruit voor in zure Geuzes, om ze wat toegankelijker te maken. Dat heet Oude Kriek. Tegenwoordig is er veel aangezoete ‘gewone kriek’ op de markt.

Vlaams Rood/Bruin

Voor het maken van Vlaams Rood (of bruin) wordt een uniek ingrediënt gebruikt, namelijk een foeder. Dat is een heel groot houten vat. Na het brouwen wordt het vat afgevuld met bier. In het hout zitten bacterie- en gistculturen die zich tegoed doen aan de suikers in het brouwsel. Er ontstaat daardoor een keur aan zure en fruitige tonen. Na voldoende rijping wordt de foeder weer leeggepompt en geïnspecteerd: soms moet er een duig vervangen worden. Als de foeder weer in orde is, kan er opnieuw bier in. Op deze manier kan zo’n foeder vele generaties meegaan. Het bier is dus fruitig en zuur, meestal rond de 7% alcohol en doet het erg goed aan tafel. Schenk eens een Rodenbach bij je herfststoof. Zalig!

Amber

Amber bier kenmerkt zich door een lichtrode kleur, een zacht, zoet mondgevoel en een alcoholpercentage rond de 5,5%. Officieel valt dit bier in de categorie ‘speciale Belge’, waarvan Palm en De Koninck de bekendste merken zijn.

Bockbier

Een van we weinig Nederlandse biertradities zijn de Bockbierfestivals. Tegenwoordig wordt de herfst ermee ingeluid; vroeger was het het eerste bier dat gebrouwen werd van de verse oogst. Een Bockbier is donker van kleur, rond de 7% en vrij zoet, met tonen van karamel. De laatste jaren wordt er meer mee geëxperimenteerd en zijn er zwaar gehopte bocken op de markt, maar ook rookbok, en dubbelbock met bijzondere ingrediënten of smaken, zoals stroopwafel.

Dubbel/Donker

Een klassiek Belgische bierstijl, zeker de Dubbel. Deze is rond de 7%, vrij zoet en soms een heel klein beetje fruitig. Maar een Bière de Garde valt hier ook onder: die zijn wat minder fruitig en een tikje donkerder, soms met een lichte hint van koffie. Deze bieren zijn vaak erg geschikt om bij een diner te schenken.

Barley Wine/Quadrupel

Een zware bierstijl van rond de 10% met uitschieters naar 13% of meer. Er zitten vrij veel restsuikers in, wat het bier vrij zoet maakt. En, net als in een dubbel, zijn er ook tonen van rood fruit te proeven.

Porter

Tegenwoordig is de porter niet zo’n heel bekende bierstijl, hoewel het wel weer wat aan terrein wint. Vroeger wilde de arbeider in Engeland echter niets anders. Het is een doordrinkbaar, donker bier van rond de 6%. Tegenwoordig wordt er echter net zo makkelijk een (Baltic) porter van bijna 10% gemaakt. Met name de licht geroosterde smaak valt op.

Schwarz

We blijven nog even bij de Duitse bierstijlen. Schwarzbier is min of meer een combinatie van een klassieke porter en pils. Het is donker van kleur, vanwege de geroosterde mout die is gebruikt. Voor het bier is vervolgens ondergistend gist gebruikt, net als bij pils. Het resultaat is een smaakvol donker bier dat gemakkelijk wegdrinkt. Prima spul!

Stout

Oorspronkelijk werd de term ‘stout’ gebruikt om aan te geven dat een bier wat zwaarder was dan de normale alcoholpercentages. Je kon dus een ‘stout porter’ hebben: een wat zwaardere porter. Langzaam is de stout een stijl op zich geworden, de porter achter zich latend. Stouts dienen zo donker als de nacht te zijn met, afhankelijk van de mate van graanroostering, tonen kan hebben van koffie, chocola of laurier. De zwaardere stouts lenen zich goed voor rijping op houten vaten en vele brouwerijen experimenteren hier dan ook mee.

Cider

Cider is natuurlijk geen bier. Maar het is wel, net als bier, een product waarbij natuurlijke suikers worden vergist. En het is vooral erg lekker. Een goede cider wordt gemaakt van speciaal daarvoor gekweekte appels: van handappels uit de supermarkt komt geen goede cider. Wist je trouwens dat er honderden verschillende appelvariëteiten zijn? Een cider is natuurlijk verfrissend, kan vrij zoet zijn of juist droog en heeft meestal tussen de 4% en 7% alcohol.